| Plan: | Bestemmingsplan Stationsgebied - Herenwal e.o. |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0074.002205-VA01 |
7. 1. Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor Gemengd - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. gebouwen ten behoeve van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder de categorieën 1 en 2, alsmede voor:
1. garagebedrijven, ter plaatse van de aanduiding “I”;
2. een technisch installatiebedrijf, ter plaatse van de aanduiding “II”;
3. drukkerijbedrijven, ter plaatse van de aanduiding “III”;
met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven;
4. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen;
5. woningen, tenzij de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “geen woning toegestaan”;
b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen;
met daaraan ondergeschikt:
c. woonstraten en paden;
d. nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
e. parkeervoorzieningen;
f. tuinen, erven en terreinen;
g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7. 2. Bouwvoorschriften
7. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 7.1. sub a genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b. indien een gevelbouwgrens is aangegeven, zal (zullen) per gebouw één (of meer) gevel(s) in de gevelbouwgrens worden gebouwd;
c. de breedte van een in de gevelbouwgrens gebouwde gevel(s) zal ten hoogste 8,00 m bedragen, tenzij de bestaande breedte van de gevel(s) meer bedraagt, in welk geval de breedte van de gevel(s) ten hoogste de bestaande breedte zal bedragen;
d. het bebouwingspercentage van een bouwvlak zal per bouwperceel niet meer bedragen dan:
1. het op de plankaart in het bouwvlak als zodanig aangegeven percentage;
2. 100% indien op de plankaart in het bouwvlak geen percentage is aangegeven;
e. per op de plankaart in het bouwvlak aangegeven bouwklasse zal de maatvoering voldoen aan de daaraan in het op de plankaart opgenomen bouwschema gestelde eisen.
7. 2. 2. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
a. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een woning zal ten hoogste 50 m² bedragen;
c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal, met inachtneming van het gestelde onder b, ten hoogste 100% van de oppervlakte van de woning bedragen;
d. de goothoogte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping zal ten hoogste 4,00 m bedragen;
e. de dakhelling van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping zal ten minste 30° bedragen;
f. de bouwhoogte van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping zal ten hoogste 8,00 m bedragen.
7. 2. 3. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a. de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal, voorzover gebouwd vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2,00 m² bedragen;
b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
7. 3. Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
7. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van:
a. het bepaalde in lid 7.2.1. onder b en toestaan dat een gevel achter de gevelbouwgrens wordt gebouwd;
b. het bepaalde in lid 7.2.1. onder d sub 1 en toestaan dat het binnen het bouwvlak gelegen gedeelte van een bouwperceel tot ten hoogste 100% wordt bebouwd, mits:
- de bebouwing aansluit op de ruimtelijke structuur en het daarmee samenhangende bebouwingspatroon van het aangrenzende gebied;
c. het bepaalde in lid 7.2.1. onder e en toestaan dat de dakhelling van een gebouw wordt verlaagd dan wel een gebouw wordt voorzien van een plat dak;
d. het bepaalde in lid 7.2.1. onder e en toestaan dat de dakhelling van een gebouw wordt verhoogd tot ten hoogste 80°;
e. het bepaalde in lid 7.2.2. onder e en toestaan dat de dakhelling van een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping wordt verlaagd dan wel dat een aan- of uitbouw, een bijgebouw of een overkapping wordt voorzien van een plat dak.
7. 5. Specifieke gebruiksvoorschriften
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 23 lid 23.1.1., wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel;
b. het opslaan van materiaal voor zover het gronden betreft die gelegen zijn voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van de gebouwen;
c. het gebruik van de gebouwen op een bouwperceel voor meer dan 1 woning;
d. het gebruik van de gebouwen als woning, indien de gronden op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding “geen woning toegestaan”.
7. 6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van:
a. het bepaalde in lid 7.1. sub a juncto artikel 23 lid 23.1.1. en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2 onder de categorieën 1 en 2, mits:
1. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 2 onder een hogere categorie dan 2, maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieubelasting hebben;
2. het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven betreft;
b. het bepaalde in lid 7.5. onder a juncto artikel 23 lid 23.1.1. en toestaan dat gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits:
1. de brutodetailhandelsvloeroppervlakte ten hoogste 10% van de gezamenlijke vloeroppervlakte aan bedrijfsgebouwen zal bedragen, met een maximale oppervlakte van 50 m²;
2. de vestiging plaatsvindt in de gebouwen.
c. het bepaalde in lid 7.5. onder c juncto artikel 23 lid 23.1.1. en toestaan dat gebouwen op een bouwperceel worden gebruikt voor meerdere woningen, mits:
- de toename van het aantal woningen in overeenstemming is met het door de provincie geaccordeerde Woonplan.
7. 7. Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:
- de aanduidingen “I”, “II” of “III” van de kaart worden verwijderd, mits:
- de betreffende functie ter plaatse is geëindigd.