| Plan: | Bestemmingsplan Stationsgebied - Herenwal e.o. |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0074.002205-VA01 |
5. 1. Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor Bedrijf - Openbaar vervoer aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. gebouwen ten dienste van een spoorwegstation, ten behoeve van:
1. een stationsrestauratie;
2. detailhandel;
3. dienstverlening;
4. onderhoud en beheer;
ter plaatse van de aanduiding “spoorwegstation”;
b. gebouwen ten behoeve van:
1. een fietsenstalling alsmede dienstverlenende bedrijven en dienstverlenende instellingen, voorzover het betreft de eerste bouwlaag;
2. een parkeerdek, voorzover het betreft de tweede bouwlaag;
ter plaatse van de aanduiding “fietsenstalling, parkeerdek en dienstverlening”;
c. gebouwen ten behoeve van dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen en een fietsenstalling, voorzover het betreft de eerste bouwlaag, ter plaatse van de aanduiding “dienstverlening en fietsenstalling”;
d. gebouwen ten dienste van een busstation, ten behoeve van:
1. een wasplaats;
2. een halteplaats;
3. onderhoud en beheer;
ter plaatse van de aanduiding “busstation”;
e. parkeervoorzieningen;
f. straten en paden;
g. tunnels;
h. nutsvoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
i. terreinen;
j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5. 2. Bouwvoorschriften
5. 2. 1. Voor het bouwen van de in lid 5.1. sub a t/m d genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a. de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b. per op de plankaart in het bouwvlak aangegeven bouwklasse zal de maatvoering voldoen aan de daaraan in het op de plankaart opgenomen bouwschema gestelde eisen.
5. 2. 2. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
- de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.
5. 3. Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
5. 4. Vrijstelling van de bouwvoorschriften
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de sociale veiligheid, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van:
- het bepaalde in lid 5.2.2. en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 15,00 m.