Toespraak Indiëherdenking

Tijdens de Indiëherdenking op 15 augustus 2017 hield loco-burgemeester Coby van der Laan bij het monument aan het Gashoudersplein een toespraak. De tekst leest u hieronder. Alleen de uitgesproken tekst geldt.

 

Dames en Heren, beste mensen,

Vandaag staan we stil bij onze geschiedenis in voormalig Nederlands-Indië. Een geschiedenis die helaas diepe verdrietige sporen getrokken heeft.  In 2017 is het 75 jaar geleden (1942) dat Japan Nederlands-Indië binnenviel. De Japanse bezetting betekende een keerpunt in deze  geschiedenis en het leven van vele mensen. Het was het begin van een tijd vol angst, dreiging en onzekerheid.

Het landelijk thema voor de Indiëherdenking is dit jaar ‘Verhalen Over Leven’. Dit thema gaat over de mens achter de geschiedenis en geeft ook associaties met daadwerkelijk overleven in moeilijke omstandigheden, maar ook het herbeleven en de kans voor anderen om zich in te leven… mits de verhalen worden gedeeld en doorverteld.

Een flits, geluid of geur kan gevoelens oproepen die herinneringen uit een ver verleden naar boven brengen op de meest onverwachte momenten.

Vandaag zijn we hier samen om bewust te herdenken en proberen te begrijpen, ons in te leven in die tijd. Vooral dat laatste, ons inleven, is van groot belang. Hoe kunnen wij, ook vandaag de dag, ons inleven in dat wat oorlogen kunnen aanrichten? Hoe kunnen en konden mensen zich verplaatsen in dat wat een aantal van u destijds heeft meegemaakt in dat Verre Oosten? Welke impact heeft dat gehad op uw verdere bestaan en op dat van familie en vrienden die niet altijd wisten wat er was gebeurd maar wel aanvoelden dat dit zeer indringend was.

Een aantal van de hier aanwezigen, behoort tot de groep die ons nu nog kan vertellen hoe het daar was. Ieder vanuit een eigen perspectief. Verhalen die ons bewust kunnen maken over hoe kwetsbaar onze omgang met vrede en vrijheid is en hoe belangrijk het is om daar voortdurend alert op te zijn. Volgende generaties kunnen leren van die ervaringen en ons helpen om onze broze vrede en vrijheid te koesteren.

U behoort tot de groep die terugkwam, en uw leven weer oppakte, zo goed en kwaad als dat misschien ook ging. Daarnaast kwam er ook een grote groep mensen naar Nederland die hun thuisland in Indië moesten achterlaten. Voor hen was de overgang naar ons koude land vaak een hard gelag. Geen warm welkom, integendeel… onbegrip en onwetendheid sloegen nieuwe wonden.

Medeleven voor uw situatie na terugkomst of aankomst in Nederland was niet vanzelfsprekend. De wederopbouw van ons land eiste alle aandacht op. Ervaringen en verhalen konden niet altijd worden gedeeld.

 

Delen van verhalen

Onze dorpsgenoot Hylke Speerstra schreef in 2015 het boek ‘Op Klompen door de Dessa’.  Ik heb dat boek ademloos gelezen. Speerstra was in staat om de ‘stilte’ op te heffen. Om sfeertekeningen neer te zetten over dit voor Friese jongens onbekende verre land.

Speerstra beschrijft de verhalen van Friese ‘Indiëgangers’, die soms letterlijk op hun klompen door de dessa moesten. Mannen van rond de negentig spraken pas op hoge leeftijd met hem over hun ervaringen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1950). Het zijn verhalen die mij raakten en aangrepen. Er zitten ook verhalen tussen met een ongemakkelijke waarheid over ons koloniale verleden.

Ik begrijp uit die verhalen dat jonge jongens die uitgezonden werden vaak geen idee hadden wat hen te wachten stond: guerrilla, executies en oorlog. Hoe konden ze die indrukken delen met de mensen die in Nederland de oorlog net achter de rug hadden en geen idee hadden van wat zij daar hadden meegemaakt? Deze  verhalen tekende Speerstra op, voordat het te laat zou zijn, en wel zo dat niemand er meer omheen kan dat deze oorlog 20.000 kilometer verderop ook bij de Nederlandse geschiedenis hoort. Dankzij deze indringende verhalen kunnen wij ons wat meer voorstellen hoe het toen moet zijn geweest.

Misschien vroeg destijds niemand naar de verhalen.

Misschien waren de ervaringen te heftig om te delen.

Misschien moest iedereen ‘thuis’ weer direct aan de slag.

Misschien was er meer steun nodig geweest van goed getrainde hulpverleners.

Misschien… wie zal het zeggen..

 

 

Heerenveners die niet terugkwamen worden herdacht op de plek waar we nu staan

Bij de oprichting van dit monument in 2002 vertelde de heer Dirk Smilde over zijn omgekomen broer Sybren Smilde, die als vrijwilliger naar Indië ging.

Later, in het boekje ‘Recht Doen’ (2013) over Bataljon Friesland, vertelde Smilde verder over zijn broer Sybren. Ik citeer:

“Kort na de bevrijding (in 1945) hoorde Sybren van de strijd in Nederlands-Indië en de oproep om dit landsdeel te bevrijden en de daar aanwezige Nederlanders te beschermen. Hij hoefde er niet lang over na te denken. Vanuit zijn plichtsbesef vond hij het zijn taak om te helpen en mee te gaan naar dit verre land”.

“Mijn broer Sybren stond aan de vooravond van een waarschijnlijk succesvol leven. Met de combinatie van intelligentie en plichtsbesef had hij het ver kunnen schoppen. Niet in het familiebedrijf (gebroeders Smilde), dat wilde hij niet. Sybren was een man van de techniek. We zullen nooit weten wat hij had kunnen betekenen voor technische instituten of universiteiten, binnen of buiten Nederland. Zijn hoopvolle leven is veel te jong in de knop gebroken” en “De lege plek is altijd gebleven, tot de dag van vandaag”.

Veel militairen keerden na het tekenen van de onafhankelijkheid van Indonesië op 27 december 1949 niet terug.

Alle slachtoffers en hun nabestaanden zijn vandaag extra in onze gedachten. Onder hen vijf Heerenveners waarvan de namen staan gebeiteld in deze gedenksteen: Sake Heemstra, Lieuwe van der Molen, Pieter Roda, Sybren Smilde en Gerrit Vis.

Vijf jonge mannen met ieder een eigen verhaal.

 

(Dames en heren, dank voor uw aandacht).