Toespraak Dodenherdenking 2024

Door burgemeester Avine Fokkens – Kelder. Alleen de uitgesproken tekst geldt.

Geachte aanwezigen,

Op 4 mei herdenken wij diegenen die hun leven hebben gegeven voor vrijheid en vrede, zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog als in latere oorlogssituaties en vredesoperaties, waarbij ons land betrokken was. We herdenken omdat wij ze niet willen en mogen vergeten. Een belangrijk moment dat we in ere moeten houden, juist in deze tijd waarin we te maken hebben met toenemend antisemitisme.

“In Nederland, in Fryslân, in de gemeente Heerenveen, in onze huizen én in onze harten is geen plaats voor antisemitisme”, aldus onze gemeenteraadsleden in een onlangs door hen unaniem uitgebracht statement. Woorden waar het college zich graag bij aansluit!
Hoe voelt het om te leven in tijden van oorlog? Hoe voelt het om te moeten schuilen voor bommen? En hoe voelt het om je af te vragen of je je vader, moeder of kinderen ooit weer zult zien? De meeste mensen die hier staan weten dat niet. Gelukkig.

Maar hoe zorgen we er dan voor dat de verhalen van de oorlog levend blijven, zodat we blijven begrijpen welke offers zijn gebracht voor de vrijheid die wij hier kennen? Hoe zorgen we ervoor dat we met zijn allen doordrongen blijven van de relevantie van de Tweede Wereldoorlog voor het heden? Het gebruik van persoonlijke verhalen om die relevantie te verduide­lijken is een krachtige. Maar het aantal mensen dat de oorlog zelf heeft meegemaakt en zijn persoonlijke verhaal kan vertellen, wordt steeds minder. Daarom moeten we hún verhalen levend houden door ze door te geven; van generatie op generatie.

Mijn vader is een van de velen geweest die de oorlog intensief heeft meegemaakt. Hij vertelde over de angsten die hij als kind ervoer. Over het moment dat zijn ouderlijk huis in beslag werd genomen door de Duitsers. En over het moment dat zijn vader door de Duitsers werd opgepakt en werd afgevoerd naar kamp Sint-Michielsgestel. Hij vertelde er niet alleen over; hij schreef er ook over. Korte verhalen gebundeld in drie boekjes voor zijn dochters, waaronder ik.

Zijn verhalen deel ik op mijn beurt met mijn kinderen – een nieuwe generatie – zodat ook zij weten dat anderen hebben geleden en offers hebben gebracht voor de vrede waarin zij leven. Vandaag wil ik een van zijn verhalen dat gaat over het bombardement op 11 december 1944 in Leiden waarbij tientallen mensen om het leven kwamen, ook met ú delen in de veronderstelling dat mijn vader dat goed zou hebben gevonden, opdat we zo de geschiedenis levend houden.

Fragment

“Tussen de middag liep ik naar huis, toen het luchtalarm ging. Dat gebeurde vaak, misschien te vaak, zodat men het niet au sérieux nam. Maar die dag was het, voor we ‘t wisten bloedserieus: binnen enkele seconden na het alarm, dat (…) te laat was afgegaan, vielen er bommen om ons heen.

Ik liep op dat moment op de brug bij herensociëteit “Amicitia”. Ik kroop tegen de brugleuning aan. Tegenover mij lag het museum (…) Volkenkunde. Daar schuilde tegen de buitenmuur een aantal mannen, sommigen hun hoofd beschermend met hun aktetas.

Toen zag ik die muur op ons afkomen. Twee mannen renden weg, de rest bleef staan; ze werden niet levend teruggevonden. Voor hen werd na de bevrijding een houten, witgeverfd kruis opgericht. Op het moment dat die muur op me afkwam viel er ’n Duitse soldaat boven op me. Toen de aarde niet meer golfde, kroop ik onder hem vandaan. Hij was dood.

Dat bombardement was een miskleun van de geallieerden. De bedoeling was goed, de uitvoering was slecht. (…) Op het station stond een trein met (…) raketten, bestemming Den Haag; vanaf daar moesten die projectielen gelanceerd worden op Londen. Dat wilden de Engelsen voorkomen. Vandaar hun vliegtuigen boven Leiden; maar die gooiden (…) hun bommen veel te veel stad-inwaarts.

En daar liep onder ander ik. Thuis gekomen heeft m’n moeder me met koud water (warm was er niet en ik hàd het al zo koud), stil snikkend, van de modder ontdaan.”

Geplaatst op 4 mei 2024, 20:23 | Gewijzigd op 4 mei 2024, 20:55

Nieuws