Sturen in het sociaal domein
- VERKENNING OP RICHTINGGEVENDE WAARDEN *BELEID
- AFBAKENING VAN RICHTINGGEVENDE WAARDEN *BELEID
- WEGEN EN PRIORITERING WAARDEN
- VERKENNING OP LEIDENDE PRINCIPES JEUGDBELEID
- WEGEN EN PRIORITERING LEIDENDE PRINCIPE
- Pitches uit het werkveld
Leestijd: 9 minuten
Medio 2021 is de gemeente Heerenveen gestart met het project ‘lokaal akkoord jeugdbeleid’. De gemeente wilde met lokale partners afspraken maken over het toekomstbestendig maken van het (lokale) stelsel van zorg en ondersteuning. De gemeenteraad van Heerenveen is aan de slag gegaan met waardengedreven kaderstelling.
In diverse werksessies zijn kaders ontwikkeld voor de afspraken in het lokaal akkoord. In tegenstelling tot de gebruikelijke ‘probleemgestuurde kaderstelling’ waarin het vertrekpunt voor het beleid de geconstateerde maatschappelijke problemen zijn, wilde de raad nu eerst bepalen wat de centrale waarden van het jeugdbeleid zouden moeten zijn. Deze waarden vormen vervolgens de ‘bril’ waardoor de gemeente naar de samenleving kijkt om de prioritaire opgaven te bepalen. Op die manier kan focus en samenhang in het beleid aangebracht worden.
Achterliggende gedachte bij deze werkwijze was de veronderstelling dat het voor raadsleden – leken – eenvoudiger is om prioriteit aan te brengen in waarden dan om te doorgronden welke beleidsmaatregelen het meest passend zijn voor de complexe problematiek in het jeugddomein. De tweede reden was de wens ‘vanuit de bedoeling’ te werken. Om dat te kunnen doen, moet eerst duidelijk zijn wat de bedoeling van het beleid is. Ofwel: welke centrale waarden de gemeente Heerenveen met het jeugdbeleid beoogd te realiseren.
Omdat het project uitgevoerd moest worden in cocreatie met externen, was het van belang dat raadsleden een gelijkluidend beeld hadden van de kaders. Als dat niet het geval was, dreigde het proces van cocreatie vervlochten te raken met de politieke strijd. Daarom is veel tijd besteed aan het creëren van duidelijkheid: wat bedoelen we wel en wat bedoelen we niet met de (vaak nog abstracte) waarden als ‘zelfredzaamheid’, ‘gezondheid’ of ‘veiligheid’? Hiervoor zijn diverse werkvormen ingezet.
‘Anders monitoren in het sociaal domein’
Samen met de gemeenten Almere, Borger-Odoorn, Breda en Enschede heeft Heerenveen meegewerkt aan het project ‘Anders monitoren in het sociaal domein’ over de vraag hoe brengt men de gemeenteraad beter in positie in het sociaal domein? In een infographic wordt invulling gegeven aan ‘puzzelstukken’: Kennis, Visie, Proces en Informatie. U vindt de infographic hier: Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (academieportal.nl) (kies in het tabblad functie voor gebruiker: ‘overig’ en log in, typ vervolgens in de zoekbalk ‘infographic sociaal domein’.
Werkvormen
In aanvulling op de infographic presenteren we hier de door Heerenveen gebruikte werkvormen. Onderstaande werkvormen zijn ontwikkeld in samenwerking met de NHL Stenden Hogeschool. Voor meer informatie over het gebruik van deze werkvormen kan contact opgenomen worden met Job van ’t Veer, Lector Digitale Innovatie in Zorg & Welzijn.
VERKENNING OP RICHTINGGEVENDE WAARDEN *BELEID
zie Werkbladenset 1 VERKENNING OP RICHTINGGEVENDE WAARDEN BELEID (PDF 181 kB)
Doel van deze werkvorm is om te definiëren wat de deelnemers bedoelen met de gekozen waarde, bijvoorbeeld ‘zelfredzaamheid’.
De verkenning gebeurt aan de hand van een keuzeschema. In het keuzeschema staan verschillende aspecten die deel kunnen uitmaken van een waarde. Op het keuzeschema staat ook de beïnvloedingsruimte van de gemeente weergegeven.
Het stappenplan om te volgen bij deze werkvorm:
- Een duidelijke toelichting op dit schema aan de deelnemers geven.
- Daarna kunnen de deelnemer individueel nadenken op welke aspecten van deze waarde het toekomstig beleid zich zou moeten richten. Deel hiervoor het schema op A4 uit per deelnemer. Daarbij wordt de volgende instructie meegegeven:
- Leg helder uit dat dit schema gebruikt wordt voor het gesprek bij stap 3 en niet voor de resultaten.
- Start bij de startvraag in het midden en plak een sticker bij het antwoord van jouw keuze aan het eind van de grijze pijltjes Ga vervolgens naar de volgende keuze vraag door de roze pijl te volgen. Plak weer een sticker. NB: bij vraag 2A óf bij vraag 2B/2C mag je maximaal twee stickers plakken Ga zo door tot je vraag 3 hebt beantwoord.
- Vervolgens kan in kleine groepjes doorgesproken worden, waarbij deelnemers zich kunnen laten overtuigen door de argumenten van anderen.
- Iedere deelnemer maakt door middel van stickeren vervolgens een eigen keuze op een grote uitdraai van het schema dat je in de zaal hangt. Daarbij wordt de volgende instructie meegegeven:
- Leg helder uit dat dit schema gebruikt wordt voor de resultaten.
- Start bij de startvraag in het midden en plak een sticker bij het antwoord van jouw keuze aan het eind van de grijze pijltjes Ga vervolgens naar de volgende keuze vraag door de roze pijl te volgen. Plak weer een sticker. NB: bij vraag 2A óf bij vraag 2B/2C mag je maximaal twee stickers plakken Ga zo door tot je vraag 3 hebt beantwoord.
- Daarna vindt er een centraal gesprek plaats over de uitkomsten waarbij de vraag centraal staat: waarom heb je gekozen voor deze prioriteiten? Tijdens dit gesprek worden interpretatieverschillen duidelijk over de betekenis van de antwoorden bij de startvraag. Als door deze nadere duiding duidelijk wordt dat deelnemers hun sticker verkeerd hebben geplakt, kan dit nog recht worden gezet.
AFBAKENING VAN RICHTINGGEVENDE WAARDEN *BELEID
Zie bijlagen
Werkbladenset 2 AFBAKENING VAN RICHTINGGEVENDE WAARDEN BELEID (PDF 425 kB)
Hittekaart waarde gezondheid (PDF 83 kB)
Dartboard zelfredzaamheid (PDF 34 kB)
Werkbladenset 3 AFBAKENING VAN RICHTINGGEVENDE WAARDEN BELEID (PDF 132 kB)
Doel van deze werkvorm is het afbakenen van de gekozen waarde, bijvoorbeeld ‘zelfredzaamheid’.
Dit is gedaan met ‘vignetten’ met een dartboard/hittekaart. Hieronder in het stappenplan de werkmethode.
- Vooraf worden korte casusbeschrijvingen geschreven en toegezonden aan de deelnemers. Deze casus liggen klaar tijdens de sessie om geplakt te kunnen worden.
- Op het werkblad dartboard / hittekaart staat een buitenring en een binnenring. Het is de bedoeling dat in de binnenring de casus komen die de deelnemers binnen de begrensde bedoeling van het *beleid zouden plaatsen. En dat in de buitenring de casus komen die de deelnemers buiten de begrensde bedoeling van het *beleid zouden plaatsen.
- In groepjes wordt vervolgens aan de slag gegaan met de vraag of de betreffende persoon of groep binnen de begrensde bedoeling van het *beleid geplaatst wordt of daarbuiten.
- Daarbij worden de groepjes gevraagd om de casus te bekijken vanuit de betreffende waarde, bijvoorbeeld ‘zelfredzaamheid’ en de invulling/afbakening die eerder in de verkenning aan dit begrip is gegeven.
- Plenair vindt de terugkoppeling plaats per groepje.
- Vervolgens wordt (opnieuw in groepjes) doorgesproken over drie vragen:
- Wat zijn de belangrijkste redenen om deze persoon of groep op de huidige positie van het ‘dartboard’ te plaatsen?
- Wat verwachten we van deze persoon/groep om ZELF verantwoordelijkheid te nemen om dit specifieke vraagstuk rond de betreffende waarde, bijvoorbeeld zelfredzaamheid, aan te pakken?
- Wat maakt dit vignette ons duidelijk over waar wel of juist niet de essentie ligt voor het *beleid wat betreft de waarde?
- Plenair vindt de terugkoppeling plaats per groepje. Hierover wordt doorgepraat met de gehele groep.
De afbakening van een waarde kan ook gedaan worden aan de hand van een casus met verschillende speerpunten. Dit is in het voorbeeld gedaan aan de hand van de waarde ‘veiligheid’. De werkvorm gebeurt in een aantal stappen:
- Eerst wordt de waarde geduid aan de hand van een filmpje.
- Er wordt een casus voorgelegd. Bij de casus worden 4 speerpunten genoemd.
- Per speerpunt vullen de deelnemers deze vragen individueel in:
- In hoeverre ben je het eens met dit speerpunt? De deelnemers scoren tussen ‘Geheel mee eens / Geheel mee oneens’.
- Bij een hoge score: Waarom heb je deze hoge score gegeven? Welke bezwaren zou nog tegen dit speerpunt kunnen hebben?
- Bij een lage score: Waarom heb je deze lage score gegeven? Welke bezwaren zie je? Wat zou ervoor nodig zijn om dit speerpunt toch nog grotendeels te omarmen?
- Wat betekent dit concreet voor jouw rol als raadslid? Wat doe je wel, wat doe je niet?
- Wat heb je nodig om dit speerpunt waar te maken?
- Plenair wordt teruggekoppeld per deelnemer zonder interrupties.
- De totaalscore wordt bijgehouden en in de pauze in beeld gebracht door de begeleider.
- Plenair wordt een gesprek gevoerd aan de hand van de totaalscore en de eerder gegeven terugkoppeling.
WEGEN EN PRIORITERING WAARDEN
zie Werkblad Pinocchio (PDF 152 kB)
Het wegen en prioriteren van waarden wordt gedaan met de pop Pinokkio. Pinokkio is een pop die tot leven komt.
Doel van deze werkvorm: komen tot de essentie van het *beleid, de weging en prioritering van waarden.
De hoofdvraag die gesteld wordt is: Stelt dat het beoogde *beleid tot leven komt: wat zou die dan zeggen? Dit wordt in drie delen uitgewerkt:
- Pinokkio zegt: Ik ben het *beleid en vanuit de waarden waarvoor ik sta, is mijn doel in het leven: …
Vanuit deze stelling gaan groepjes in gesprek per waarde.
De uitdaging is om na een kort gesprek tot 1 zin over ‘mijn doel in het leven is….’ te komen per groepje. Per waarde wordt met deze zin de essentie genoemd.
- Vervolgens gaan groepjes per waarde in gesprek over twee vragen:
- Als andere mensen het over mij (Pinokkio met *beleid) hebben, dan hoop ik dat het vooral gaat over: …
- Wat mij (Pinokkio met *beleid) uniek maakt is: …
- Vervolgens wordt plenair de prioritering gemaakt per geformuleerde zin bij onderdeel 2.
VERKENNING OP LEIDENDE PRINCIPES JEUGDBELEID
zie Werkbladenset 4 VERKENNING OP LEIDENDE PRINCIPES JEUGDBELEID (PDF 163 kB)
Leidende principes zijn uitgangspunten die iets zeggen over hoe we willen werken aan dat wat we echt van belang vinden voor (de doelgroep van) het *beleid. De leidende principes zijn een ijkpunt voor de keuzes die we maken en voor het handelen.
Doel van de werkvorm: Gezamenlijk een beter beeld krijgen van wat relevante principes zijn en hoe dit sturend is voor het uiteindelijke *beleid
- In een overzicht worden de leidende principes weergegeven die in de afgelopen tijd zijn opgehaald. Er wordt plenair geïnventariseerd welke aanvulling hierop eventueel nog nodig is
- Aan de hand van het werkblad verkennen / expliciteren de deelnemers de inhoud van deze principes. Dit is input voor terugkoppeling in werkgroep. Eventuele verschillen in inzicht over wat een principe inhoudt, wordt kort besproken en vastgelegd.
- De deelnemers geven aan welke associaties zij hebben bij het betreffende leidende principe.
- Daarna geven de deelnemers aan wat de leidende principes betekenen voor de rol van de raad.
- Het is ook mogelijk leidende principes toe te voegen.
WEGEN EN PRIORITERING LEIDENDE PRINCIPE
Zie Werkblad Fishbowl (PDF 23 kB)
De weging en prioritering van de geformuleerde leidende principes wordt gedaan in verschillende stappen.
Doel: Gezamenlijk inzicht krijgen in hoe de gekozen ‘leidende principes’ gewogen worden. Oefenen om inzichten uit verkenning-fase actief in te zetten voor de onderliggende argumentatie. Bepalen welke informatie nog nodig is voor een sluitende onderbouwing.
Hieronder de verschillende stappen om tot een weging en prioritering te komen van leidende principes:
- De eerste stap wordt gedaan aan een hand van speeddates:
- Verdeel de deelnemers in twee groepen. Iedere groep krijgt een (aantal) eigen leidende principe(s) waar zij zich in moeten verdiepen. Ze gaan eerst aan de slag met het leren kennen van de leidende principe(s). Kortom, ze gaan zelf aan de slag met een onderzoekje om zoveel mogelijk informatie te vinden. Dit kan in het dat wat al opgehaald is, maar ook online als dit mogelijk en/of gewenst is.
- De bedoeling is dat deelnemers van elkaar leren over de begrippen. Als de kennis binnen is, kan het speeddaten beginnen. Deelnemers gaan per twee met elkaar in gesprek aan steeds twee tafeltjes tegenover elkaar.
- Vervolgens gaan er aan ieder setje tafels deelnemers zitten. Een van de ene groep en een van de andere groep. Zet een wekker of timer. Je werkt in twee rondes, met vervolgens subrondes.
- Eerst begint groep A met vertellen. De deelnemers hebben nu twee tot drie minuten (bepaal zelf hoeveel jij voldoende vindt) om te vertellen over alles wat zij ontdekt hebben over hun leidende principe. Nadat de timer is afgegaan, schuift de luisterende/lerende groep een plaatsje op. In ronde twee gaat groep B vertellen en schuift groep A steeds een tafeltje op.
- Vervolgens wegen de deelnemers de verschillende leidende principes. Dit gebeurt in groepen. Aan ieder van de principes wordt een cijfer van 0 tot 10 toegekend, waarbij 0 staat voor ‘niet belangrijk’ en 10 voor ‘zeer belangrijk’.
- De uitkomsten worden in een pauze door de begeleider gevisualiseerd in een zgn. ‘Spiderdiagram’.
- Er wordt plenair gediscussieerd over de leidende principes met de zwaarste weging. Doel: Gezamenlijk tot (meer) consensus komen over de weging in de gekozen ‘leidende principes’ en de daarbij passende onderbouwing: wat zijn de standpunten als raad. Dit wordt gedaan aan de hand van de Fishbowl methode (werkvorm waarin iedereen aan de discussie kan deelnemen):
- De deelnemers zijn gezamenlijk in één ruimte.
- In het midden van de ruimte staat een kring van 4 of 5 stoelen.
- De mensen die de discussie voeren nemen plaats op deze stoelen en vormen samen de binnencirkel
- De overige personen vormen een tweede kring om het gesprek heen, zij vormen samen de buitencirkel. De enige taak van de buitencirkel is te luisteren naar de discussie die in de binnencirkel wordt gevoerd. De fishbowl bewaakt op deze manier dat de mensen in de binnen cirkel aan het woord kunnen zijn zonder dat mensen elkaar onderbreken.
- Per leidend principe uit de ‘Spiderdiagram’ wordt kort een discussie in de binnenring gevoerd.
Pitches uit het werkveld
zie Handout voor raad bij pitches (PDF 24 kB)
Deze handout werd gebruikt bij de pitches uit het werkveld om de waarden / leidende principes te toetsen.